Resten van Begijnenpoort verdwijnen maandag opnieuw onder de grond

ANTWERPEN – Op de hoek van de Kasteelpleinstraat en de Britselei in Antwerpen onderzoeken stadsarcheologen de resten van de Begijnenpoort. De poort werd rond 1570 gebouwd als zesde stadspoort van de Spaanse omwalling. Na het zorgvuldig documenteren van de muren, verdwijnt de site terug onder de grond. De archeologische opgravingen kaderen in de werken voor de heraanleg van de Kronenburgstraat en Kasteelpleinstraat. De werken houden maximaal rekening met het behoud van de archeologische restanten.

Bij de bouw van de citadel door Filips II en de hertog van Alva werden de oude, middeleeuwse Begijnenpoort en de zuidelijke stadsmuur afgebroken. Een nieuwe zuidelijke wal schoof de stadsgrens een stuk naar het oosten op. In het midden van die wal verscheen een nieuw, modern poortgebouw met twee flankerende bastions en een brug over de gracht. Tussen de nieuwe Begijnenpoort en de eerste brugpijler bevond zich een houten ophaalbrug. In 1866 werd de Begijnenpoort gesloopt. Stadsarcheologen legden er de zestiende–eeuwse resten bloot. De plattegrond van het poortgebouw, de voorzijde van de poort en de brugpijlers zijn goed bewaard onder de huidige straat.

Tussen de poort en de brugpijler lag de ophaalbrug. De kraagstenen waarop de brug rustte en een zware houten balk van de brugconstructie zijn in goede staat teruggevonden. Enkele renovaties konden worden vastgesteld aan de zijkanten van de brugpijlers (zie foto) en aan de poortdoorgang, die opgehoogd lijkt. Burgemeester Bart De Wever (N-VA): ‘De Begijnenpoort herinnert ons aan twee periodes in onze geschiedenis waarin het vrije karakter en de handelsgeest van onze stad onder druk stonden. Toen de citadel en de omwalling vanaf het midden van de negentiende eeuw geleidelijk verdwenen om plaats te maken voor het Zuid en de Leien, kregen de Antwerpenaren tegen hun zin de Brialmontomwalling in ruil die pas na de Tweede Wereldoorlog zou verdwijnen. Ze staat daarom symbool voor de onverdroten drang van een stad om zichzelf te vernieuwen en uit te breiden, en voor het respect dat we daarbij moeten hebben voor onze geschiedenis en ons erfgoed.’ De opgravingen zijn belangrijk omdat ze zorgen voor meer inzicht in de opbouw, het uitzicht en de bouwgeschiedenis van de zestiende -eeuwse stadsomwalling.

Het archeologische onderzoek wordt uitgevoerd door de stedelijke dienst archeologie en ingepast in de planning van de aannemer, zodat dit niet tot vertraging leidt. Voor de opmeting van het poortfundament wordt samengewerkt met het agentschap Onroerend Erfgoed. Dit zal een nog duidelijker beeld  geven van de archeologische site van de poort. De afbeeldingen zullen ter beschikking worden gesteld op www.antwerpenmorgen.be

Maandag worden de onderzoeksputten gedicht en zet de aannemer de werken verder.

De resten van de Begijnenpoort kunnen niet geïntegreerd worden, maar zullen bij de heraanleg van de Kasteelpleinstraat zoveel mogelijk gespaard worden. Het ontwerp houdt rekening met de locatie van de historische massieven zodat verdere afbraak van de poortzone tot een minimum beperkt wordt. Omwille van de coronamaatregelen vindt er geen publieksmoment plaats op de site. Geïnteresseerden vinden meer info via https://www.antwerpenmorgen.be/nl/toekomstvisies/visie-archeologie/media/spaanseomwalling-begijnenpoort-opgravingfebruari-2021. (EM / Foto Stad Antwerpen)