Leni Franken (Universiteit Antwerpen): ‘Kwaliteit islamonderwijs moet beter’

ANTWERPEN – Islamonderwijs wordt de laatste decennia vaak gezien als een preventief middel om radicalisering in te dijken en om de integratie van moslims te bevorderen. Helaas schort er in veel landen nog steeds heel wat aan dat onderwijs. In het boek ‘Islamic Religious Education in Europe: a Comparative Study’ brengt Leni Franken (zie foto), van het centrum Pieter Gillis, een reflectiecentrum voor actief pluralisme op de Stadscampus aan de Universiteit Antwerpen’ het probleem in kaart.

In vrijwel alle Europese landen is het aantal moslims de laatste decennia toegenomen. Dit vertaalt zich in een toenemend aantal islamitische scholen en in een stijgend aantal leerlingen dat islamitisch godsdienstonderwijs volgt op de openbare scholen. Zo is het aantal islamitische scholen in Nederland op een paar decennia gestegen van een handvol naar meer dan 50 en zien we in Vlaanderen op tien jaar tijd een verdubbeling (van twaalf procent naar 22 procent) van het aantal leerlingen dat islamitische godsdienst volgt.

Franken: ‘Dit onderwijs, dat in België al meer dan 30 jaar wordt georganiseerd, kampt jammer genoeg met een aantal problemen. Die problemen zien we ook elders in Europa: leerkrachten zijn niet of onvoldoende opgeleid; leerplannen en handboeken – die in heel wat Europese landen sterk beïnvloed zijn door Turkije – zijn gedateerd en weinig kritisch; er is onvoldoende aandacht voor islamitische minderheden zoals sjiieten en alevieten; en ook voor andere religies en levensbeschouwingen is er weinig ruimte.’

Omwille van de scheiding tussen kerk en staat komt het niet toe aan de overheid, maar aan de erkende moslimgemeenschap (in België: de moslimexecutieve) om over de kwaliteit van het islamonderwijs te waken, maar dat blijkt niet altijd evident te zijn. De voorbije jaren werd er in een aantal andere Europese landen vanuit de erkende moslimgemeenschap actie ondernomen om de kwaliteit van het islamitisch godsdienstonderwijs te verbeteren. Franken: ‘Dit resulteerde in de oprichting van lerarenopleidingen en universitaire studies in de islamitische theologie en in een update van leerplannen en handboeken. Ondanks deze goede voornemens lijken deze initiatieven echter nog maar weinig vruchten af te werpen.’

‘Het aanbieden van een verplicht, door de overheid georganiseerd en gecontroleerd vak over diverse levensbeschouwingen zou mits de nodige aanpassingen aangewezen  zijn. Uit onderzoek in Engeland en Zweden blijkt dat moslimleerlingen niet afwijzend staan ten aanzien van een dergelijk vak, dat in Zweden overigens niet enkel in de openbare scholen, maar ook in confessionele scholen op het verplichte curriculum staat.’

Islamitische scholen kunnen in Zweden daarnaast ook een vak islamitische godsdienst aanbieden, op voorwaarde dat dat niet indruist tegen de algemene doelstellingen van het Zweeds onderwijs. Zweedse moslimleerlingen vatten deze godsdienstlessen in de islam doorgaans op als een zinvolle aanvulling op de verplichte lessen die ze over religie krijgen.  Het Zweedse model is zeker niet feilloos, maar het kan wel inspirerend zijn voor de manier waarop we in Europa met (islamitisch) godsdienstonderwijs omgaan. Franken: ‘Dat geldt trouwens ook voor de andere landen die in het boek besproken worden: zowel wat betreft onderwijs over als in de islam vinden we in diverse Europese landen voorbeelden van good practices, maar er zijn helaas ook heel wat onderwijspraktijken die anders en beter kunnen.’

Op maandag 18 mei, van 17 uur tot 18u30 organiseert UCSIA een webinar met een aantal auteurs. (EM / Foto Universiteit Antwerpen)