CORRECTIE: De wattvrouw van tram 15, een ‘sneltram’ met een slakkengangetje

In het onderstaande artikel sloop een jammerlijke fout:

Er stond: (…) een rijdende tram heeft altijd voorrang op een stilstaande tram, een binnen-tram heeft voorrang op een buitentram.

Dit moet zijn: ‘Degene die binnenbocht hebben, moeten voorrang verlenen aan degene die staduitwaarts rijden.’

Hieronder staat de juiste versie

MORTSEL – Gisteravond ging de infoavond van Zorro (ZuidOostRandRouteOverleg), waarvan de gemeenten Edegem, Boechout, Kontich, Hove, Lint, Borsbeek en Wommelgem en de stad Mortsel deel vanuitmaken niet door in het Mark Liebrecht Centrum maar verliep hij online. Zorro is een van Ringland.

Bedoeling is om samen met burgers uit de betrokken gemeenten de modal shift naar duurzame mobiliteit te realiseren. De modal shift van 70/30 (70 procent van de weggebruikers zijn automobilisten) moet tegen 2030 worden omgebogen naar 50/50. Meer info lees je op https://ringland.be/zorro-wijst-weg-naar-duurzamer-verkeer/

Het zou ons veel te ver leiden om alle plannen hier uit de doeken te doen. De infoavond duurde meer dan twee uur en was zeer gedetailleerd. We focussen ons op het bijna hallucinante verhaal van wattvrouw Sabine Bartelen uit Mortsel. Zij rijdt met tram 15, op papier een sneltram. In de praktijk is het elke keer opnieuw een huzarenstukje om met de tram tegen een slakkengangetje heelhuids ter bestemming te geraken.

Het traject van de huidige tram 15 loopt van Antwerpen Linkeroever naar Boechout. Samengeteld staan er op de heen- en terugweg 70 verkeerslichten en zijn er 54 haltes. De rit duurt 43 tot 45 minuten.

Sabine Bartellen: ‘Een eerste obstakel waarmee we bij dit weer rekening moeten houden is de staat van de sporen. Voor elke trambestuurder is dat de hel. De sporen liggen er erg glad bij door de vallende bladeren. Neem daarbij nog de dauw, mist en motregen en je weet dat dit niet meteen ons lievelingsweer is. Liever in de gietende regen dan motregen want dan is de kans op doorschuiven minder groot. Bij dit weer is onze remafstand drie tot vier keer groter dan bij droge sporen.’

‘De verkeerssituatie op lijn 15 is telkens weer anders. Veel hangt af van de andere weggebruikers. We moeten constant uitkijken voor fietsers en voetgangers die niet altijd afstand houden. Bovendien zijn er dan nog de voorrangsregels. Er zijn er zeven. De belangrijkste: De trams die binnenbocht hebben, moeten voorrang verlenen aan degene die staduitwaarts rijden, denk aan de halte Harmonie.’

‘Het comfort van de tramreiziger wordt bepaald door de rijstijl van de chauffeur. Een tram is heel gevoelig. Ik neem altijd de tijd om te zien of alle passagiers wel veilig neerzitten. We staan vaak stil aan verkeerslichten. Indien ze allemaal op rood staan verliezen we negentien minuten. Aan de Vredebaan sta je 1’27” stil, aan de Sint-Willebrorduskerk in Berchem twee minuten.’

‘Het gekkenwerk begint eigenlijk al aan de P&R in Boechout. Het verkeer dat van de Provinciesteenweg richting Borsbeek rijdt heeft samen groen met de tram. Er is een stoplicht voor fietsers maar dat wordt volledig genegeerd. Als wij groen hebben, hebben zij rood. Er is wel één verzachtende omstandigheid: ze zien het licht amper.’

‘Op het Gemeenteplein in Mortsel is het kruispunt meer dan eens geblokkeerd. En dan zijn er nog de ‘afbuigers’. Aan het kruispunt Kaphaanlei-Koeisteerthofdreef in Mortsel hebben auto’s en trams tegelijk groen. Aan Sint-Willebrord is er weinig plaats aan de straatkant en aan de halte De Merode is het verkeerslicht verstopt. In de gegeven omstandigheden is het een wonder dat een rit met tram 15 volgens schema kan verlopen.’

Edwin MARIËN