50 jaar geleden werd Jos Verdonck WK herenkappen voor 100 000 toeschouwers

DEURNE – Jos Verdonck (rechts op de foto) won 50 jaar geleden als eerste Vlaamstalige Belg het ‘Wereldkampioenschap Herenkappen’. Reden genoeg voor het districtsbestuur van Deurne om hem vanmiddag in de bloemen te zetten.

Burgemeester Tjerk Sekeris (N-VA): ‘Het geslacht Verdonck is al jaren verbonden met Deurne. Jos zelf is wijd en zijd bekend. Dit ‘monument’ moest worden gehuldigd en dit was een uitstekende gelegenheid. Hij woont nu wel elders maar hij is       altijd een belangrijk figuur geweest voor Deurne. Zijn dochter, Danny,  woont trouwens nog steeds in Deurne Dorp.’

Jos Verdonck is er ondertussen 84. ‘Ik ben geboren in Wijnegem. Mijn grootouders waren echte Deurnenaars. Ze woonden in een heel klein steegje, in een huisje van vier meter breed en zes meter diep. Ze hadden geen elektriciteit, geen waterleiding, geen gas… Toen ik twaalf jaar was zijn we naar Deurne verhuisd. In Wijnegem bestemmen ze me als een Wijnegemnaar en hier als een Deurnenaar.’’

‘Van thuis uit moest ik accordeon spelen. Ik haalde daar ooit vier eerste prijzen mee. Mijn vader vond dat ik werk moest zoeken in een sector waar ‘ik iets met mijn vingers kon doen’. Ik dacht: ‘dan word ik maar ‘coiffeur’.’ Mijn lager onderwijs had ik afgewerkt maar nadien ben ik gestopt met studeren. Ik ben toen begonnen bij Coiffeur Louis op de Turnhoutsebaan. Nadien ben ik naar een andere kapper gegaan in de Ten Eeckhovelei. Die vroeg me of ik een haag kon knippen. Ik nam de uitdaging aan en meteen vond hij dat ik ook goed genoeg was om kapper te worden. Ik kreeg er een leercontract tot ik naar het leger moest. Toen zat ik even in de problemen want niemand wou me in dienst nemen. Op mijn negentiende, de dag nadat ik was afgezwaaid, ben ik als zelfstandige begonnen. Ik heb een huisje gehuurd. Daar betaalde ik 500 Belgische frank per maand voor enkel de voorplaats. Dat lag in de Gallifortlei, waar de zaak nu nog steeds is.’

‘Ik ben helemaal alleen begonnen maar op een bepaald moment hadden we plaats om met acht mensen te werken. We stonden er constant met zes, exclusief mijn echtgenote, die geen kappersdiploma had maar wel flink meewerkte.’

Om de twee jaar is er een wereldkampioenschap herenkappen al stelt het nu niet veel meer voor. In 1970 lag dat wel even anders. ‘Vier avonden per week moest ik trainen. Elke week verzamelden we met de nationale selectie in Brussel. Je kan het bijna vergelijken met de Rode Duivels. In januari werden telkens de twintig beste kappers  van België uitgenodigd.  Elke maand werden er een aantal naar huis gestuurd die volgens de selectiecommissie niet voldeden.  In augustus bleven we nog met een zestal kappers over. Naar het wereldkampioenschap in oktober mochten vier Belgen, met een reserve. Het WK dat ik won vond plaats in Stuttgart. We waren met een 150-tal deelnemers. Maar wat je niet voor mogelijk acht: daar zaten 100 000 toeschouwers. Je kon het vergelijken met een Olympiade. Voor aanvang van de competitie defileerden we achter de vlag van ons land. Het WK duurde drie dagen en bestond uit vier proeven. We kregen dagelijks punten en aan het eind van  het kampioenschap ging diegene die het meeste punten had verzameld met de titel aan de haal. Dat was ik dus.’

De echtgenote van Jos, Andrea Kesteloot (links op de foto), haar passie was beeldende kunst. Toen begin jaren negentig de Reuzen van Deurne door de straten trokken maakte ze een reuzenpop met de afbeelding van haar man. Op 29 augustus 2003 schreef toenmalig districtsburgemeester René De Preter (sp.a) Joske Knip (zoals de pop werd ‘gedoopt’) in in het geboorteregister. Uiteraard ontbrak Joske vandaag niet op de plechtigheid die in de trouwzaal plaatsvond.

Edwin MARIËN